Eerste stapjes

Voordat een kindje voor het eerst op zijn of haar eigen twee benen gaat staan, gaat er meestal heel wat kruipwerk aan vooraf. De wereld wordt al schuivend over de vloer verkend, tot het kleintje ontdekt dat het méér kan dan dit: die voetjes die je zo lekker in je mond kan steken, kun je daar soms ook op staan?
Van de tijd dat ik zelf leerde lopen, kan ik me niets herinneren, maar zo’n slordige drieëntwintig jaar later voel ik me wel alsof ik hetzelfde aan het doen ben als toen.

De master is volop begonnen, ik heb een stageplek gevonden (de leuke Bethelgemeente in Zuilen) en mijn eerste vakken gehaald. In de eerste periode vlogen de papers en procesverslagen ons om de oren, nu zijn we in iets rustiger vaarwater terecht gekomen en volgt ieder vakken naar zijn/haar keuze. De ‘klas’ is in de afgelopen tijd een leuke, diverse groep gebleken die hard met elkaar werkt en discussieert tijdens de dagen op het Landelijk Dienstencentrum (daarbuiten trouwens ook), maar ’s avonds even zo hard de biertjes en wijntjes aan de bar erdoorheen jaagt.
We zijn een veelkleurige groep, maar tot nu toe botsen en schuren onze opvattingen nog altijd met respect. Leuk om zo van elkaar te kunnen leren: in intervisie, op college en in de altijd lange rij voor de koffieautomaat.

Ik ga het niet mooier maken dan het is: de afgelopen maanden waren ook pittig. Leren lopen gaat niet zonder vallen en je daarbij bezeren. Het is pijnlijk, je komt jezelf behoorlijk tegen als je weer eens met je snufferd op de grond ligt. Waarom wilde ik dit ook alweer, denk ik dan. Kruipend gaat het toch ook prima?
Toch krabbel ik weer overeind. Want het is ook mooi, inspirerend, bemoedigend. Het laat me niet los. De bezieling die je vindt in ontmoetingen met mensen, in geïnspireerd worden en inspireren, in de doorkijkjes soms even: ik kan dit wél. Dat houd me vast, trekt me overeind.

IMG_0967
© Foto: MC Hansen

Leren lopen gaat langzaam, stap voor stap, zonder dat je precies overziet wanneer je vast op eigen benen zult staan. Wie mij een beetje kent, weet: daar hou ik niet van. Doe mij maar een planning, liefst compleet met stap-voor-stap-handleiding, to-do list en een einddatum.

Maar zo werkt het niet, en langzaam aan begin ik dat minder erg te vinden. Al sinds ik erover na begon te denken theologie te studeren, kom ik het verhaal van Abraham telkens weer op onverwachte momenten tegen. Hoe deze nomade door God geroepen wordt om weg te trekken naar een onbekend land en meer nog hoe hij daar gehoor aan geeft, fascineert mij steeds opnieuw. Was het aanvankelijk vooral zijn roeping die me aansprak, kijk ik nu meer naar de reis. Abrahams reis kent omwegen en vele momenten van niet-weten. Hij weet slechts: er is een stem die hem roept, en die stem is het waard om risico’s voor te nemen.
Die is het waard om telkens verder te trekken, stap voor stap – al weet je dan niet waar je uit gaat komen, je vertrouwt er maar op dat het goed komt. Ook als je de volledige route van tevoren niet helemaal gepland hebt. “Een nomade heeft misschien wel helemaal geen langetermijnplanning,” zei een klasgenoot me een tijd geleden toen we het over dit verhaal hadden. Dat vond ik een uitermate geruststellende gedachte!

abrahamstars_blog
© Afbeelding: Alex Park

Tijdens zijn reis overvalt ook Abraham soms de twijfel. Kan en zal de Eeuwige het beloofde wel waarmaken? In de vertelling van Genesis 15 door Nico ter Linden beschrijft die een piekerende Abraham (hier nog Abram), die ’s nachts in zijn tent de slaap niet kan vatten. Abram maalt en woelt tot een stem hem naar buiten roept:

“Abram, tel de sterren eens, als je kunt. Zoveel nakomelingen zul jij hebben.”
Ik zie hem voor me, Abram, onder zo’n majestueuze sterrenhemel met de belofte van de Eeuwige en diens nabijheid nog in zijn oren en hart naklinkend.  En dan probeer ik vanuit mijn slaapkamerraam ook een paar sterren te ontwaren. Dat is niet makkelijk midden in de grote stad, maar als je lang genoeg blijft kijken zie je er vaak wel een paar. Een kleine knipoog van boven lijkt het soms, een geruststelling: je komt er wel, het komt wel goed. Whatever that may mean.

Dus trekken we verder, stap voor stap, zonder volledig uitgestippelde route of langetermijnplanning. Soms kruipend, dan weer rennend. Met vallen, opstaan en weer doorgaan. Het blijft een spannende trektocht met een nog onbekend doel, maar met af en toe een blik op de sterrenhemel gaat het vast de goede kant op.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s