Sommige data blijven in je geheugen gegrift staan. Sinds maanden leefde ik toe naar 24 maart 2026: de datum van de verdediging van mijn proefschrift Witnessing Wounds – Towards a Trauma-Sensitive Theology after Sexualized Abuse. Eerst leek deze datum nog geruststellend ver weg, maar naarmate de maanden verstreken, namen de promotie-bibbers toe. Met toenemende zenuwen door m’n hele lijf en de nodige nachtmerries hobbelde ik steeds meer richting die ene datum. De Grote Dag: de verdediging.

Een aantal weken vóór De Grote Dag kreeg ik van mijn universiteit (de Protestantse Theologische Universiteit) de mededeling dat het protocol gewijzigd is en dat ik de gelegenheid zou krijgen om vóór de verdediging een zogeheten lekenpraatje van tien minuten te houden. In tien minuten mocht ik in ‘gewone taal’ aan de aanwezigen uitleggen waar mijn proefschrift over ging. Gezien het feit dat ik me al sinds jaar en dag opwond over het feit dat deze mogelijkheid eerder niet bij ons bestond, was ik er blij mee. Tegelijkertijd stelde het me voor nog een uitdaging: hoe vertel ik in 10 minuten waar ik de afgelopen 7 jaar aan gewerkt heb? De promotie-bibbers namen toe.

Gelukkig had en heb ik lieve mensen om me heen die wilden luisteren, meevoelen en meedenken. En door een toevallige ‘ontmoeting’ op LinkedIn kwam ik ook in contact met sprekerscoach Anne Spies, van de SpreekStudio. Anne coacht en begeleidt mensen die moeten spreken/presenteren, bijvoorbeeld bij een promotie of oratie. Met haar hulp ontstond binnen no-time een lekenpraatje – zonder PowerPoint, mét inhoud. Dankzij haar promotiecoaching lukte het me steeds meer om regie te ervaren met betrekking tot De Grote Dag. Gaandeweg ging ik meer voelen: dit is míjn dag, waarop ik míjn stem mag laten horen.

© Foto: Wouter Muskee.
Onderzoek doen waarin het trauma van seksueel misbruik centraal staat, is pittig – vanwege de verhalen die klinken en vanwege mijn eigen verhaal ook steeds meeklonk. In mijn lekenpraatje zei ik het zo: “Mijn eigen ervaring met seksueel misbruik kleurt hoe ik tegen het onderwerp van mijn proefschrift aankijk en welk perspectief ik kan en wil innemen. In mijn onderzoek ben ik nooit een ‘neutrale buitenstaander’ geweest en ook daar sta ik vandaag voor. Dat is spannend, want dit is een kwetsbaar onderwerp. En meer nog: dat is nodig, want ik geloof dat we door ons uit te spreken en verhalen te delen echt iets kunnen veranderen.”

En de Grote Dag? Die brak vanzelf aan, zoals dat onvermijdelijk gaat. De promotie-bibbers waren niet verdwenen, maar er ontstond een ander verhaal, een andere werkelijkheid naast. Een werkelijkheid waarin er zo ontzettend veel lieve steun was en een werkelijkheid waarin ik de regie had over de dag, zowel in het lekenpraatje als ook tijdens de discussie. Natuurlijk was het nog steeds heel spannend om daar te staan – én ik genoot. Ik genoot van alle lieve mensen die ik in de Pieterskerk zag zitten. Ik genoot van het mogen vertellen en toelichten. Ik genoot van alle blije felicitaties en het vieren achteraf, waardoor in mij ook steeds meer het besef ontstond: het zit erop, ik heb het afgerond. Hora est!

Mijn onderzoek is afgerond, maar het onderwerp blijft mij bezighouden en ik blijf bezig met hoe ik dit de wereld in kan brengen – in mijn werk als gemeentepredikant en ook daarbuiten. Wordt vervolgd!